Hondebeet

Iedereen wil opeens een geel boekje en daarin een stempel van zijn coronavaccinaties. Ik had nog zo’n geel boekje liggen. Ik trof er de vijf vaccinaties tegen hondsdolheid in aan die ik tijdens en na mijn reis naar Guatemala had gekregen.

Ik adviseerde er een mediabedrijf dat kranten en nieuwssites runde. Tijdens mijn verblijf werd de directeur gekidnapt en buiten Guatemala City volledig uitgeschud. Gelukkig werd hij niet vermoord.

Op een zaterdagnamiddag bezocht ik Panajacel aan het Meer van Atitlán. Het was er druk en in het straatgewoel raakte een kleine hond bekneld. Die beet mij in mijn been. In Guatemala waren veel zwerfhonden en er kwam rabiës voor. Het is niet gezegd dat deze hond hondsdol was, maar rabiës is een tijdbom, je kunt er in hevige agonie aan sterven. Dus voor de zekerheid op zoek naar een arts.

Hydrophobia

Er volgde een taxirit langs doktersposten, ziekenhuizen, medische centra, klinieken. Nergens een arts te bekennen die hiermee iets kon aanvangen en de wond kon behandelen.
Ik kon in Guatemala City terecht maar daar mocht ik van het bedrijf pas de volgende morgen heen. Mijn collega’s vonden het te gevaarlijk om mij als blanke buitenlander ‘s avonds of in de nacht in een taxi door de bergen te laten reizen.
Ik doodde de tijd in een boekwinkel, waar ik bladerde in een boek van Gabriel Garcia Marquez. Ironisch genoeg stuitte ik op een verhaal over hydrophobia. Hydrophobia is angst voor water. Het is een van de symptomen van rabiës. Dat was weinig opbeurend en ik hield nauwlettend in de gaten of ik bang werd van water in een fles of in een plas…

Bodyguard

Vroeg in de ochtend werd ik opgehaald. Behalve een chauffeur zat in de auto een potige man met een pistool die mij tijdens de rit door de bergen moest beschermen tegen bandieten. Het is de enige keer in mijn leven dat ik een bodyguard heb gehad.
In Guatemala City kreeg ik drie prikken, bij terugkeer in Nederland nog eens twee. Daarmee was de kous af, gelukkig.
Het feit dat ik geen geschikte behandeling had kunnen vinden in Panajacel was nog onderwerp in een interview van het mediabedrijf met de Guatemalteekse president. Hij maakte zich er als een echte politicus van af met de mededeling dat momenteel ijverig wordt gewerkt aan de verbetering van de gezondheidszorg op het platteland.

(12-6-2021)

Bloemsday

POEZIE

De dichter J.C. Bloem (1887-1966) debuteerde een eeuw geleden met de bundel ‘Het verlangen’. Hij is de dichter van de jagende donkere Hollandse luchten en het besef dat de dood moet worden aanvaard. ‘Denkend aan de dood kan ik niet slapen, en niet slapend denk ik aan de dood.’ ‘Altijd november, altijd regen.’ ‘Men begint met het leven te aanvaarden en eindlijk aanvaardt men de dood.’ Dat zijn een paar beroemde versregels die zich in het collectieve geheugen hebben genesteld.

Jacques Bloem geldt dan wel als een van de meest herfstige en zwaarmoedige Nederlandse dichters, maar hij zei ook: Alles is veel voor wie niet veel verwacht. Vandaar dat er af en toe toch ook een sprankje geluk in zijn werk is te vinden: verregend, op een miezerige morgen, domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

Leiden en filmpjes

Bloem heeft een link met Leiden. Hij woonde in Oudshoorn (nu Alphen aan den Rijn), maar zat van 1900 tot 1905 op kamers in Leiden en bezocht er de HBS. Op de voorgevel van het huis aan de Langebrug prijkt een plaquette en aan de achterkant is zijn gedicht ‘Verlaine’ op een muur geschilderd. Het is wegens deze Leidse connectie dat de Leidse dichter Leo van Zanen het initiatief nam om stil te staan bij het eeuwfeest van Bloems eerste bundel met filmpjes. Het ene is een voordracht door Bloem zelf, het andere gaat over zijn connectie met Leiden.

Eggink

Bloem was getrouwd met de veel jongere schrijfster Clara Eggink. Hij had een zoon met haar. Hij koesterde aanvankelijk sympathie voor het Derde Rijk, ook was hij lid van de NSB. Daarin raakte hij echter spoedig teleurgesteld omdat NSB-leider Mussert niet eens wist wie de leider was van de rechts-nationalistische Action française.

Geestige innemer

Bloem had het stereotiepe uiterlijk van de ambtenaar van zijn tijd, als ambtenaar verdiende hij ook zijn brood. Gehaast heeft hij zich nooit in zijn diverse betrekkingen. Het verhaal gaat dat toen een chef hem eens verweet dat hij te laat op kantoor was gekomen, hij antwoordde: ‘Ja, maar ik ga ook vroeger weg, dat is het goede, wat er tegenover staat.’ Hij was in de dagelijkse omgang een geestig causeur die opgewekt legendarisch veel drank kon innemen.

Beknopt maar bekroond oeuvre

Zijn roem berust op een relatief klein oeuvre: 161 gedichten, geschreven in een periode van 47 jaar. In ‘Dichterschap’ vraagt hij zich zelf af: Is dit genoeg: een stuk of wat gedichten, voor de rechtvaardiging van een bestaan, in 't slecht vervullen van onnoozle plichten om den te karigen brode allengs verdaan ?

Of het genoeg is? Zijn werk leverde hem in elk geval prachtige prijzen op. In 1949 was dat de Constantijn Huygens-prijs, in 1952 de P.C. Hooft-prijs en in 1965 de Prijs der Nederlandse Letteren.

Bloemsday

Dat is natuurlijk maar een grapje, Bloemsday. Bloomsday is een voornamelijk in Ierland gevierde feestdag op 16 juni ter herinnering aan de Ierse schrijver James Joyce. Ook wordt dan stilgestaan bij de gebeurtenissen uit zijn boek ‘Ulysses’, die alle plaatsvinden op één dag: 16 juni 1904. Dat is de dag waarin hoofdpersoon Leopold Bloom rondwandelt in Dublin.

Er zijn drie data die je tot Bloemsday zou kunnen bombarderen. Allereerst 12 mei, de dag waarop J.C. Bloem in 1921 debuteerde met ‘Het verlangen’. Verder: 10 mei, de dag waarop Bloem werd geboren, en 10 augustus, de dag waarop hij overleed.

Gelijke kansen in Turkije

MAATSCHAPPIJ

Turkije heeft zich teruggetrokken uit de Istanbul-conventie die bedoeld is om geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld tegen te gaan. De voorzitter van de Europese Commissie, een vrouw, kreeg geen stoel aangeboden bij een bezoek aan president Erdogan. Waren wij naïef toen wij in 2007 en 2008 vanuit Nederland gendergelijkheid predikten in Ankara en Istanbul met een trainingsproject dat diende ter voorbereiding van een Turks lidmaatschap van de EU?

We waren in ieder geval ambitieus en hoopvol. Er zat energie in dat project, aan Turkse en aan Nederlandse kant. Turkse vrouwen én mannen waren enthousiast voor onze boodschap en zogen deze in zich op. Aan bijeenkomsten en trainingen namen tientallen mensen deel die bij de Turkse overheid en bij Turkse maatschappelijke organisaties werkten.

In dit zogenoemde Twinning Project Gender Equality werkte het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid samen met het Turkse Directoraat voor de Status van Vrouwen. Doelstellingen: bewustwording en promotie van gelijke kansen voor mannen en vrouwen en de totstandkoming van een nationaal actieplan.

Atatürk

Toen al waren er berichten over islamitisch conservatisme en het strakker aantrekken van de teugels door de regering in de hoofdstad Ankara, waar iedere dag massa’s Turken en buitenlanders het statige Mausoleum van Kemal Atatürk bezochten. Atatürk was de grondlegger, in 1920, van de seculiere Turkse republiek, van een staat dus waar religies geen politieke rol spelen en gelijkwaardig naast elkaar kunnen bestaan. In 2007 en 2008 passeerden geheel bedekte vrouwen en vrouwen in mini-rok en met wapperende haren elkaar. Strenge islam, een lossere levensstijl – het kon makkelijk naast elkaar bestaan.

Actieplan

Het nationale actieplan voor gendergelijkheid dat werd voorbereid besloeg vele terreinen: onderwijs, economie, armoede, gezondheid, milieu, media, meisjes, mensenrechten en ‘institutionele mechanismen’ voor de verbetering van de positie van vrouwen. Onze trainingssessies en workshops gingen over hoe de Europese wetgeving de gelijkheid van mannen en vrouwen moet en kan bevorderen, maar ook over de vraag hoe om te gaan met stereotiepe beelden van vrouwen in reclame en op televisie. Het was fantastisch om met onze Turkse collega’s en toehoorders van gedachten te wisselen en bijvoorbeeld reclamepotjes te bespreken. En om presentaties en mediaoptredens te oefenen met gendergelijkheid als onderwerp.

Nu is het met dit soort projecten zo dat je geen garantie hebt dat er iets van je inspanningen blijft hangen. Ik denk dan altijd: als er tenminste nog een paar mensen zijn die zich ooit een advies of een frase van mij herinneren, dan moet ik in alle bescheidenheid al een beetje blij zijn.

Ontwrichting

Nu dus de Turkse terugtrekking uit de Istanbul-conventie. Maar er was al een tijd iets aan de gang. Lucas Waagmeester, NOS-correspondent in Turkije en het Midden-Oosten van 2014 tot 2020, schreef daar een informatief boek over. In 'Op drift: de ontwrichting van Turkije' beschrijft hij hoe Turkije zich maatschappelijk ontwikkelde onder de toenemende invloed van de AKP, de conservatieve partij van president Erdogan. Deze liet zich overigens vaak weinig vleiend uit over Europa en over Nederland.

Voor zijn boek sprak Waagmeester met honderden mensen die bereid waren hun mening te delen, zowel voor- als tegenstanders van Erdogan. Het boek is vooral interessant voor mensen die Turkije niet alleen als vakantieland beschouwen, maar ook de politieke verandering van Turkije willen doorgronden.

Schrijven in het café

TEKST

Wat ik mis is schrijven in het café. De horeca is nog steeds gesloten, zodat ik niet met een notitieblok een advies of een artikel in de grondverf kan zetten in de omhelzende ambiance van babbelende mensen en klinkende glazen.

Als iemand de charme daarvan kende, dan was het Ernest Hemingway wel. Hij was een echte caféschrijver, in ieder geval toen hij in Parijs woonde in de jaren 1921-1926. In ‘A moveable feast’ schrijft hij daarover: “It was a pleasant café, warm and clean and friendly, and I ordered a café au lait and I took out a notebook from the pocket of the coat and a pencil and started to write.”

Decor

Het café was niet alleen zijn werkplaats, maar ook liet hij zich door het wisselend decor inspireren. “I was writing about up in Michigan and since it was a wild, cold, blowing day it was that sort of day in the story. A girl came in the cafe and sat by herself at a table near the window … I wished I could put her in the story.”

Oesters

En toen vroeg hij de kelner om “a dozen portugaises and a half-carafe of the dry white wine they had there.” Portugaises zijn oesters, maar hier ook een bruggetje naar Portugal en het Lissabon van Fernando Pessoa, iemand die cafés frequenteerde en er gedichten schreef. Hij leefde van 1888 tot 1935. Op het beroemde portret van Fernando Pessoa van José de Almada Negreiros zit hij zwijgend aan een tafeltje met een sigaret, een leeg vel en een pen, wachtend op ideeën, lijkt het, of op een drankje.

Grote steden

Het is heel fijn om als consultant of journalist onderweg te zijn, neer te strijken in een café en te werken aan een tekst. Of dat nu in Middelburg is of in Sneek. Maar in grote steden in het buitenland, zoals Kiev of Lima of Astrachan of Algiers, is dat nog aantrekkelijker. Je voelt je opgenomen in een landen overstijgend verband terwijl een licht, dromerig roesje zich van je meester maakt en je de wereld met mildheid aanschouwt.

Zintuigen

Als je later herleest wat je hebt opgeschreven, herinner je je gek genoeg nog waar het was dat je dat schreef. Ook herinner je je gezichten van andere cafébezoekers die met een knikje groetten, een tijdje in je blikveld zaten en dan plotseling bleken te zijn verdwenen. Dat afscheid deed dan een beetje pijn. Had je maar een praatje met ze aangeknoopt. Of misschien was het juist goed dat je dat niet hebt gedaan om teleurstelling te voorkomen.

De indrukken danken hun kracht aan de combinatie van zintuigen die erbij te pas komen. Je zag de mensen en het interieur van het café, je hoorde zachte muziek en het onverstaanbare geroezemoes, je rook koffie en bier en soms een vleug sigarettenrook, je proefde de wijn en een kruidig hapje, en in je hand voelde je de pen die de zinnen aan elkaar reeg.

(23-3-2021)

Vlam van heimwee

POEZIE

Als aandenken gekregen in Buon Ma Thuot, Vietnam. In een nauw potje met zand. Bloeit bijna nooit, maar dan opeens. Soms.Treffender dan de Vlaamse dichter Jan van Nijlen (1884-1965) kan niemand het onder woorden brengen.

De cactus

Kaal staat hij voor de blankheid der gordijnen,
verschrompeld in wat kiezel en wat zand
en mist zijn ziel: het alverschroeiend schijnen
der eeuwige zomers van zijn vaderland.

Maar aan het einde van zijn lijdzaam dulden,
spruit op een lichte morgen, als een vlam
van 't heet verlangen dat hem gans vervulde,
een bloem van heimwee uit zijn dorre stam.

Bericht aan de reizigers

Joannes Joannes-Baptista Maria Ignatius van Nijlen (wie heet er nou Joannes Joannes-Baptista Maria Ignatius?) werd vooral bekend door zijn gedicht “Bericht aan de reizigers” uit 1934: "Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen, dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen..."

De truc met het lege stembiljet

VERKIEZINGEN

Armenie, presidentsverkiezingen. De zittende man, Serzj Sarkisian, mag weer vijf jaar aanblijven. De uitslag wordt met gelatenheid en cynisme ontvangen. Zijn opponent spreekt van omkoping en fraude en eist, tevergeefs, de overwinning op.

We schrijven 18 februari 2013. De Armeense televisiezender Gala TV zendt een reportage uit over het vervoeren naar stemlokalen van mensen die onder druk zouden zijn gezet om op Sarkisian te stemmen. De zender toont daarbij beelden van het aanbieden van geld in ruil voor een stem.

Volgens Gala TV werd gebruik gemaakt van de "truc met het lege stembiljet". Die gaat zo. Als groep die belang heeft bij de verkiezing van een bepaalde kandidaat en niet terugdeinst voor fraude, zorg je dat je een stapeltje stembiljetten te pakken krijgt. Dat doe je bijvoorbeeld als deze gedrukt worden. De door jou ingevulde biljetten geef je aan arme senioren. Die moeten die biljetten in de stembus deponeren. Het aan hen uitgereikte lege biljet moeten ze vervolgens bij jou inleveren. Daar geef je hun geld voor. Daarna breng je die biljetten op dezelfde manier in de circulatie. Enzovoort. Aldus Gala TV.

Sneeuw in Hamadan

Nu het sneeuwt in Nederland moet ik denken aan de sneeuw in Hamadan in Iran. Op weg naar Sanandaj voor een adviesklus over gemeentelijke communicatie kwam ik er samen met een collega vast te zitten. De sneeuw blokkeerde de weg. In Hamadan zag ik een man met een rijdend kippenhok, ik speelde mee in een televisiesoap en ik bezocht het graf van Esther uit de Bijbel.

De chauffeur bracht ons naar een plek in de stad waar, zo zei hij, een verdekt opgestelde jood ons zou brengen naar het (vermeende) graf van Esther en haar pleegvader Mordechai. Esther is de naam van het enige Bijbelboek naast het Hooglied waar God niet in voorkomt. Esther, een jodin, was de vrouw van de Perzische koning Ahasveros. Door haar invloed als koningin verijdelde zij de vernietiging van het joodse volk. De joden vieren dit met het Poerim-feest.

Inderdaad kwam er een man achter een auto vandaan en wat schuw leidde hij ons naar een gebouw waar twee tomben stonden. Een ontroerend moment want als kind intrigeerde mij het verhaal van Esther dat op de protestantse lagere school werd verteld.

Soap

Op de terugweg raakten wij bij een hotel in gesprek met een filmploeg. De regisseur kwam naar buiten en vertelde over de soap die ze aan het opnemen waren. Verscheidene vrouwen in hijab waren aan het repeteren. Of wij even een gastrolletje wilden doen? Het zou op prijs gesteld worden als wij, gezeten in de lobby van het hotel, Amerikanen zouden spelen. Rabarber rabarber. De episode zou een jaar later worden uitgezonden, maar ik heb er nooit meer iets over gehoord.

Nieuwbouwwijk

Toen de sneeuw het toeliet, konden we doorreizen naar Sanandaj, de hoofdstad van de Iraanse provincie Kurdistan. In een nog niet afgebouwde nieuwbouwwijk leidde de voorzitter van het wijkcomité ons door de sneeuw en de modder rond. In diverse huizen voerden wij gesprekken met groepjes bewoners over de sociale opbouw van de wijk, over de noodzaak van de aanleg van wegen en over de communicatie door de gemeente.

Tolk

Hierbij werd ik geëscorteerd door een tolk die een wurgende hulpvaardigheid aan de dag legde. Hij sprak uitstekend Engels. Zijn gedrag herinnerde aan de uitstekend Engels sprekende begeleiders van bezoekers aan Rusland en andere Oost-Europese landen ten tijde van de Koude Oorlog. Niet zelden hadden ze in het buitenland gestudeerd. De opleiding voor zo’n tolk- of gidsbaantje was alleen bereikbaar met instemming van de autoriteiten. Dan wist je dat die autoriteiten jou als buitenlandse bezoeker in de gaten wilden houden.

(7-2-2021)

Druk

BELEVING

Of Nederland vol is, is objectief moeilijk vast te stellen, want hoeveel vierkante meters leefruimte heeft een mens nodig? Er is wel een democratisch criterium: als meer dan 50 procent van de bevolking Nederland vol en te druk vindt, dan is Nederland vol en te druk. Een andere graadmeter is in hoeverre je een plasje in de berm kunt doen zonder dat er naar je gejoeld wordt of een BOA je bekeurt of een IVN’er of een moraalridder je ‘daarop aanspreekt’. Uit dat oogpunt is het in Nederland heel erg druk.

Iedereen fietst, wandelt, laat honden uit, zoekt paddenstoelen of bijzondere plantjes in de uitgewoonde bossen en parken. Dezelfde paddenstoel wordt telkens gefotografeerd door weer een andere wandelaar. Talloze computers zullen uit elkaar spatten van de natuurfoto’s. Het zal wel door de verveling komen die het gevolg is van de coronamaatregelen. Leveranciers van E-bikes en gewone fietsen spelen handig in op het gezondheids- en milieufanatisme en doen goede zaken. Zal de drukte afnemen als je straks weer voor 34 euro naar Barcelona kunt vliegen?

Processie

Op het pad lopen mensen voort te sloffen in een troosteloze processie. Groepjes natuurliefhebbers met verrekijkers zwalken van links naar rechts. Soms zijn er voortrazende wielrenners. Sta je even stil met je fiets dan moet er juist op dat moment een moeder met een bolderkar vol kinderen achter je langs.

En dan de honden. Terwijl ze vroeger kwispelend voor de deur op het baasje stonden te wachten om uitgelaten te worden, moeten ze nu acht keer per dag naar buiten omdat het baasje even de deur uit wil tussen het werken achter de computer door. Ze slepen zich met de tong uit de bek over het fiets- of wandelpad.

Azie

Bij dit maniakale gewandel en gefiets moet ik denken aan de dichtbevolkte steden en afgeladen straten in Aziatische metropolen. Daar bereed ik wel eens een brommer. Uiteraard waren er veel andere brommers, en auto’s. Het aantal brommers was gaan toenemen naarmate auto’s minder vooruitkwamen. Maar het ging er op een ordelijke en natuurlijke wijze rustig aan toe. De weggebruikers -toen al vaak met mondkapjes- weefden zich elegant om mij heen. Ze remden op tijd, lieten ruimte, schreeuwden niet.

Het is natuurlijk niet fijn dat die steden te lijden hadden onder stank en luchtvervuiling. Maar in de drukte in de parken en de bossen in Nederland in deze coronatijd herinner ik mij hoe relaxed ik mij voelde op mijn brommer in Nepal, Vietnam en Indonesië.

(Januari 2021)

Buitengesloten

LIED

Als ik tegen het eind van het jaar deze oude elpee weer tegenkom, denk ik niet meteen aan de eervolle opdracht die Rudolph met de rode neus van de Kerstman kreeg. Ik moet denken aan wat daaraan vooraf ging: hoe hij door zijn mederendieren werd gepest en buitengesloten. Terwijl het op zich toch zo’n opgewekt liedje is.

Die andere rendieren van de Kerstman zijn Dasher, Dancer, Prancer, Vixen, Comet, Cupid, Donner en Blitzen. Ze lachen en schelden Rudolph uit omdat hij een afwijking heeft. Hij heeft namelijk een rode neus die ook nog glimt. Ze laten hem niet meedoen met hun spelletjes. Discriminatie! Maar op een mistige Kerstavond vraagt de Kerstman Rudolph met zijn rode neus de weg te wijzen door de mist.

Huichelachtig

En dan komt het: Then how the reindeer loved him As they shouted out with glee ‘Rudolph the Red-Nosed Reindeer You'll go down in history’. Wat een huichelachtige wending. Ze draaien om als een blad aan een boom zodra de baas hem een belangrijke functie geeft in het team. Ook profiteren ze van Rudolphs neus die fungeert als een koplamp in de mist. Ik word dan achterdochtig. Zo schielijk als ze van gedrag veranderen, zo gauw kunnen ze hem weer laten vallen. Zoals dat zo vaak gebeurt op kantoren en scholen wanneer de beschermende hand van de chef is verdwenen of de juf niet kijkt.

Rockin’

Ach ach, wat ben ik weer zwaar op de hand. Maar dit goed in het gehoor liggende liedje heeft dus meer diepgang meegekregen dan je op het eerste gehoor denkt. Het werd geschreven door de joodse Amerikaanse songwriter Johnny Marks die zich toelegde op het schrijven van profane Kerstliedjes. Van hem is bijvoorbeeld ook ‘Rockin' Around the Christmas Tree’.

Schoner dan de dagen

Kerstmis is een gebeurtenis die in het algemeen tot blijdschap stemt, maar zoet en zuur komen bij elkaar in de muziek die het feest omgeven. Zo is er ook een ander Kerstlied, gebaseerd op een rei in Vondels toneelstuk ‘Gijsbrecht van Aemstel’. Daarvan is O Kerstnacht, schoner dan de dagen de eerste regel. Maar na die regel komt het: Hoe kan Herodes 't licht verdraegen? Hy pooght d'onnoosle te vernielen Door 't moorden van onnoosle zielen. En dat slaat op de vreselijke moord op kinderen ten tijde van de geboorte van Jezus en dat snijdt dan weer als een mes door de ziel.

(December 2020)

Boodschap

THEATER

Plotseling sta ik oog in oog met een man met een baard in de zwarte kledij van een geestelijke met in zijn hand een kralenketting. Hij noemt zich een kluizenaar en zegt dat hij Grieks-orthodox is geworden en zijn leven wijdt aan God.

Zijn kleine hutje, in Neerijnen in de Betuwe, staat onder een kweepeer. Ernaast staat een tafel met iconen. Voordat hij daar zijn intrek had genomen, woonde hij in een fietsenstalling. Wat een verhaal. Als vanzelf raken wij in gesprek over geloof, de rooms-katholieke kerk, het protestantisme, de Griekse orthodoxie, de Russische orthodoxie. Indrukwekkend is de kleurige liturgie van de orthodoxe kerken, zoals ik die zag op Kos en Cyprus, in Georgië en Rusland.

Theater

We bespreken de vraag of de kerkelijke liturgie een religieuze boodschap ondersteunt. Hij meent van wel. Ik citeer Gerard Reve, die rooms-katholiek werd en de liturgie theater noemde. Hij nam zelfs het woord poppenkast in de mond. Volgens Reve is het niet dankzij maar ondanks dat theater dat de boodschap van de rooms-katholieke kerk krachtig overkomt.

Theater. Poppenkast. Bij deze woorden schitteren de ogen van de kluizenaar: “Tot 1989 stond ik op het toneel en was ik poppenspeler. Maar in dat jaar stopte ik daarmee en werd ik ‘acteur van God’.”

Baard

Toen ik mij in de jaren tachtig beroepsmatig bezighield met Holland-promotie, brachten wij een selectie van de rijke Nederlandse kunst en cultuur naar onder meer Hongarije, Duitsland, de Verenigde Staten en Canada. Tentoonstellingen, concerten, optredens. Daar was ook dikwijls een jeugdige poppenspeler bij. Maar die had geen baard.

‘Nee, toen had ik nog geen baard’, zegt Jozef van den Berg en glimlacht.

(Oktober 2020)

Vlees

RECLAME

Een varken in slagerstenue op de pui van een slagerij dat lachend met een mes staat te zwaaien. Een glimlachend varken op een bestelbus dat zijn eigen ham aanprijst. Biggetjes die vrolijk ronddartelen op de verpakking van vleeswaren. Ik heb het altijd een misselijke voorstelling van zaken gevonden.

Hetzelfde gebeurt overigens bij melk en kaas. La vache qui rit. Of koeien die in reclamefilmpjes van blijdschap uit hun dak gaan omdat ze hun kalf moeten afstaan en geacht worden het hoogste geluk te vinden in het produceren van enorme hoeveelheden melk.

Gegeten worden

Nu is het in het leven een kwestie van eten of gegeten worden. Het ene organisme eet nu eenmaal het andere op. Dat is al erg genoeg. Maar het is verdorven om te doen alsof varkens het leuk vinden om te worden opgesloten, vetgemest en geslacht. Zulke reclame zou niet meer moeten mogen.

60 kilo vlees per jaar

Het is goed om eens naar Duitsland te kijken. Daar willen ze de reclame voor vlees rigoureus aanpakken. Dat land onderzoekt of het zulke reclame kan verbieden. Stunten met vleesprijzen zou verleden tijd moeten worden. Het reclameverbod zou moeten passen in een offensief voor meer dierenwelzijn en het transparanter maken van de toevoerketen in het land waar elke inwoner gemiddeld zestig kilo vlees per jaar consumeert.

(September 2020)

De wereld van het touw

EXPORTMARKETING

Ik doe weleens een touwtje om een pakketje, maar de wereld daarachter leer je pas echt kennen als je over de vloer komt bij een touwproducent. Ik adviseer een Vietnamees touwbedrijf over zijn exportmarketing en zie hoe Europese machines strengen en draden van kunststof in elkaar draaien totdat een stevig of juist elastisch touw ontstaat.

Deze producent bestaat sinds 2006 en heeft 135 werknemers. Hij exporteert met succes naar de Verenigde Staten en Australie. Zijn touwen, om schepen aan te meren en visnetten op te halen, komen op de markt onder de merknamen van zijn klanten.

Het bedrijf denkt aan een eigen brand. “Een merk is een belofte waarin mensen geloven”, hoor ik mijzelf zeggen. Dat bouw je niet in een vloek en een zucht. Met de mensen van sales, die al veel weten van marketing, analyseer ik de mogelijkheden. Internationaal is er grote behoefte aan het soort touw dat het Vietnamese bedrijf exporteert, zoals voor hooibalen en om tomaten op te binden. Dus dat is alvast een opportunity.

Terwijl ik dit schrijf, doen mijn collega’s binnen het bedrijf een middagdutje. Op hun arm op hun bureau, in een hangmat of op een matje op de vloer. Een goede gewoonte die de productie vergroot. Wij Hollanders zouden ervan kunnen leren.

Wet van drie

RECENSIE

'Storytelling' is in de mode. Marketeers en communicatiemensen presenteren het soms als een 21e-eeuwse uitvinding. Ze doen alsof er geen Bijbel is, of Homerus, Shakespeare en Anton Tsjechov nooit hebben bestaan en er geen meeslepende films zijn gemaakt. Gelukkig is er nu een boek over het vertellen van verhalen voor commercieel gebruik dat wél een verband legt met Netflix-series en eeuwenoude verhaaltechnieken waar we veel van kunnen leren.

Deze handleiding om droge feiten om te zetten in een pakkend verhaal draagt de titel ‘Storytelling – de weg naar het hart’. De auteur is Joost Schrickx. Schrickx (1963) produceert, schrijft en regisseert documentaires, speelfilms en bedrijfsfilms. Ook is hij docent storytelling. In 2015 publiceerde hij het Basisboek Scenarioschrijven.

Stappenplan

In dit tweede boek van zijn hand vertelt hij hoe je doeltreffend een ‘corporate story’ kunt vertellen en boodschappen over een product kunt overbrengen. Hij behandelt principes uit onder meer de retoriek en de filmwereld. Zo komt ook het fenomeen cliffhanger aan bod. Elk hoofdstuk bevat een samenvatting, praktijktips en casussen. Puntig geschreven, met een zeer overzichtelijke opbouw.

De informatie is duidelijk op de eigen ervaring van de auteur gestoeld. Ze is doorleefd en waardevol, en dankzij een uitgeschreven stappenplan meteen toepasbaar voor het maken van een verhaal. Een bonus bij de uitgave is de registratiecode die toegang geeft tot een database met verhalen en filmfragmenten.

Demagogisch

Het boek is leerzaam, niet alleen voor marketeers en communicatiemensen. Wie korte verhalen wil leren schrijven of een speech moet houden en dat zo aansprekend mogelijk wil doen, kan er ook profijt van hebben.

Schrickx hanteert de Wet van drie. Alles heeft een begin, een midden en een einde. Een mens wordt geboren, leeft en gaat dood. Bij een discussie moet er een ontsnapping mogelijk zijn. Iemand kan het met een stelling eens zijn, iemand kan het met een stelling oneens zijn en iemand kan ook geen mening hebben of het er een beetje mee eens of oneens zijn. De Wet van drie bepaalt dat in een verhaal alles, of het nu om de opbouw, een opsomming of opties gaat, altijd uit drie onderdelen bestaat. Twee is demagogisch, vier of meer is te complex. We wisten het wel of voelden het wel aan, maar goed om dat nog eens onderbouwd voorgeschoteld te krijgen.

(Prijs: 26.95. Uitgever: Stichting Pelicula.)

(Mei 2020)

In tijden van

Elke vergelijking van de ‘tijden van corona’ met andere tijden gaat mank, maar toch zijn er paralellen. Met tijden van studie, met leven onder een onderdrukkend regime en met de eeuwen waarin Europa werd geteisterd door de pest.

Net als velen moet ik thuis werken. In gedachten keer ik terug naar mijn studietijd waarin ik als freelancejournalist werkte voor Trouw en De Volkskrant. Toen zat ik tussen de boeken op mijn kamer verslagen van gemeenteraadsvergaderingen, nieuwsberichten en recensies te schrijven. Onder het roken van corona’s en andere sigaren. Bellen kon, beeldbellen nog niet.

Nu zit ik weer op mijn kamer, met dat verschil dat ik tegenwoordig skypend advies geef. De cirkel is rond. Na omzwervingen in het sociale landschap weer thuis.

Schichtig

Wie in de jaren vijftig geboren is kreeg, terloops maar indringend, veel van de Tweede Wereldoorlog mee. Ouders, ooms en tantes brachten gevoelens van onveiligheid, ontberingen en de vrees voor de onderdrukker levendig onder woorden. Dat gevoel van onveiligheid is er nu weer in de samenleving.

Zulke angst was ook merkbaar in Oost-Europese landen met socialistische regimes waar ik veel kwam. De mensen moesten vinden wat het regime vond, ze mochten niet reizen, winkels hadden halflege schappen en sociale afstand was geboden. Dat wil zeggen: er bestond sociale afstand van het schichtige soort, niet wegens een risico van besmetting maar omdat de buurman een verklikker zou kunnen zijn.

Cholera

Eeuwen zuchtte Europa onder de pest. Aan het begin van de uitbraak van het coronavirus werd in culturele kringen meteen naar de Decamerone gegrepen, de raamvertelling van Boccaccio uit de 14e eeuw waarin jongeren elkaar tijdens de pest in Florence gewaagde verhalen over geestelijken vertellen. Verhalen in tijden van pest.

In hun reclame spreken banken van ‘bankieren in tijden van corona’. Zo hoor je ook ‘tuinieren in tijden van corona’ en ‘winkelen in tijden van corona’. Waarom in vredesnaam dat meervoud, tijden? Ik kan het niet horen zonder te denken aan de prachtige roman van Gabriel García Márquez: “El amor en los tiempos del cólera” uit 1985. In Nederland kwam dit boek uit met de titel “Liefde in tijden van cholera”. Ik kan niet uitleggen waarom ‘in tijden van’ hier wel past.

(April 2020)

Bedevaart naar de Ploegstraat

LITERATUUR

Ik ging naar de Ploegstraat om het huis te zien. In Betondorp waar schrijver Gerard (van het) Reve zijn kinderjaren doorbracht en waarover hij zei: ‘Laat elke hoop varen, gij die hier opgroeit’. Ik vond het erg meevallen. Het is een rustige Amsterdamse wijk. Er was op die winderige maandagmorgen een wandelaar met een hondje, er liep iemand met een kind in een buggy en in een van de huizen zat een man voor het raam te appen of te zappen.

Niets viel er te merken van de sfeer van onpeilbaar diepe, onontkoombare weemoed die Reve over deze buurt, de huizen, daken, tuinen, straten en pleintjes vond hangen. Die typering was dan ook misschien meer het gevolg van de beklemming van het orthodox communistische geloof dat zijn ouders aanhingen, net als de vele gelijkgestemde buren. De huizen in het destijds nieuwe Betondorp in ‘tuindorp’ Watergraafsmeer werden immers verhuurd aan ‘geschoolde, socialistische jonge arbeiders’. Bij de huidige woningnood zouden jonge mensen een moord doen voor een woning hier, socialistische arbeider of niet.

Werther Nieland

Het gezin Van het Reve woonde tussen 1924 en 1938 in verschillende huizen in de Ploegstraat. Het langst in het huis dat nu nummer 89 draagt. Als bewonderaar van Reve heb ik staan kijken voor dat huis. Denkend aan de vreemde omgang van Elmer met Werther Nieland, aan door de buurt zwervende jongens en aan hun clubs, die alleen opgericht en bestuurd mochten worden door iemand die al eens eerder een club had opgericht en bestuurd. Ik probeerde me voor te stellen welke demonen in Reve’s verbeelding door de wijk waarden, en ook welke kleine dieren zich er ophielden, die, zoals algemeen bekend, alles aan elkaar doorlullen.

Ik zwierf nog wat door de Egstraat en de Gaffelstraat. Toen ik de buurt verliet aan de kant van de Middenweg, was daar op de hoek eetcafé De Avonden. Een eerbetoon aan Gerards debuutroman uit 1947, waarin die onpeilbare diepe weemoed domineert.

Dante

‘Laat elke hoop varen, gij die hier opgroeit’. Dat is een variatie op ‘Lasciate ogni speranza, voi ch'entrate’, het opschrift bij de ingang van de hel uit La Divina Commedia van Dante. Laat elke hoop varen, gij die hier binnentreedt. Die Italiaanse tekst staat ook boven de ingang van het zogenoemde Zweetkamertje in de Leidse universiteit. Het is een traditie dat afgestudeerden daar hun naam op de muur mogen schrijven. Dat mocht ik ook nadat ik mijn studie Slavische taal- en letterkunde had afgerond..

Mijn professor was die andere Reve, Gerards twee jaar oudere broer Karel. Die had andere herinneringen aan Betondorp dan Gerard. Bijvoorbeeld dat er bij hen een agent van de Communistische Internationale over de vloer kwam die later in Hitler-Duitsland werd vermoord. Over hem schrijft Karel in zijn essay ‘Mijn eigen dood’ uit 1987: 'Af en toe denk ik nog aan hem. Wie zal als ik dood ben aan hem denken?'. Toen ik voor hun huis in de Ploegstraat stond, moest ik even aan die mij onbekende man denken, maar vooral aan Gerard en Karel.

(Februari 2020)

Voormalig arbeidersparadijs

ARBEIDSMARKT

Waar vind je tegenwoordig nog een goede timmerman, die wat zijn ogen zien met zijn handen maken kan? Dat oude liedje van Leen Jongewaard slaat op het hedendaagse Praag waar het 1 of 2 maanden kan duren voordat een ambachtsman beschikbaar is om een klus uit te voeren.

Niemand wil zijn handen vuil maken en iedereen zit liever op een kantoor achter een computer te facebooken in de baas zijn tijd, zo is de gangbare klacht. Jongeren hebben geen trek in een technische opleiding tot stukadoor of geiserreparateur. Wie iets met zijn handen kan, kan goud verdienen. Ongeschoold werk wordt in Tsjechië vaak gedaan door Oekraiense gastarbeiders.

Ochtend of middag?

Dertig jaar geleden viel de Muur, begon in Tsjechië de Fluwelen Revolutie en kwam een einde aan het socialisme in het ‘Oostblok’. Denk overigens niet dat het in het voormalige arbeidersparadijs makkelijker was om een technicus zover te krijgen dat hij een reparatie kwam uitvoeren. President Ronald Reagan vertelde daar destijds smakelijk over.

Een Sovjetburger schaft een nieuwe auto aan en vraagt wanneer die wordt geleverd. Over tien jaar, zo luidt het antwoord van de verkoper. In de middag?, vraagt de klant. Wat maakt dat nou uit?, zegt de verkoper, tien jaar is nog zo ver weg. Zegt de klant: ja, maar ik wil het weten want in de ochtend komt de loodgieter.

(December 2019)

Hoelang moet je nog?

STIGMATISERING

Deze oudere schilder stond in de Moldavische hoofdstad Chisinau zijn werk te verkopen naast een heleboel andere schilders. Tien jaar later kwam ik hem op dezelfde plaats weer tegen en bij leven en welzijn is hij nog steeds actief. Zou iemand hem weleens vragen: hoelang moet je nog?

Zoals in Nederland op de werkvloer. Daar wordt ouderen gevraagd: hoelang moet je nog? Alsof werk een gevangenis is waarin je je straf moet uitzitten. Wat bij deze vraag niet wordt uitgesproken, klinkt ongeveer zo: “Hoe komt het dat jij, zestigplusser met je grijze haar en je doorleefde kop, hier nog steeds rondloopt? Je kon toch zo goed leren? Wat heb je verkeerd gedaan?”

Out of the box

Maar goed, dat is altijd nog beter dan opmerkingen over ouderen die de loopbaanpaden van jongeren verstoppen, over de seniorenclub of over de rollatorbrigade. Ook hoorde ik een jongere zeggen: “we hebben geen mensen nodig die tegen hun pensioen lopen, maar mensen die ‘out of the box’ kunnen denken.” Als er ouderen waren die dit ook hebben gehoord dan hoop ik voor de spreker dat zij al een beetje doof waren. Ik maak van leeftijd in ieder geval geen punt. Ouderen nemen jongeren tenslotte ook niet kwalijk dat zij jong en onervaren zijn.

Zakelijk

Hoelang moet je nog? Op die vraag kun je een zakelijk antwoord geven en een persoonlijk. Dat zakelijke antwoord is: het is regeringsbeleid dat zestigplussers tegenwoordig veel langer doorwerken en later met pensioen gaan. Wie het daarmee niet eens is, diene een klacht in bij de democratisch gekozen boven ons gestelden.

En dat persoonlijke antwoord? Dat ligt voor iedereen anders. Een paar tegenvragen. Als je werkt in een levendige en aantrekkelijke adviespraktijk? Als je je ervaring nog steeds wilt inzetten en je het na het weekend nog steeds leuk vindt om je collega’s weer te zien? En als je je geen betere collega’s kunt wensen? Wat zou jij dan antwoorden?    

(Juni 2019)

De minister van België

LANDENPROMOTIE

In 1985 bezocht de Nederlandse minister van Cultuur Elco Brinkman de Amerikaanse staat Texas. Om Nederlandse cultuur te promoten. De gouverneur van Texas ontving hem en verwelkomde hem als ‘de minister van België’. Haye Thomas van het NOS Journaal was in de buurt en het voorval werd breed uitgemeten. Dat was lachen bij de lunch in de Nederlandse moerasdelta.

Brinkman memoreert het voorval in zijn memoires ‘Bouwen en bewaren’. Hij schrijft dat de directeur-generaal hem naar de Verenigde Staten stuurde ‘en dan niet naar New York, want daar is het al druk genoeg, maar naar Texas want daar is de economie booming en die olieboeren staan wel open voor Hollanders’.

Ik was een van de ambtelijke secondanten van Brinkman op zijn reis naar Texas en wij legden het voorval als volgt uit. De onbekendheid met Nederland toont aan dat je meer geld moet investeren en meer inspanningen moet plegen om Nederland en Nederlandse cultuur voor het voetlicht te krijgen.

Nu is het makkelijk om te roepen dat die Amerikanen zo op zichzelf zijn gericht of zo’n slechte opleiding hebben dat ze Nederland niet van België kunnen onderscheiden. Maar dan dringt zich deze vraag op: heeft de gemiddelde Europeaan enig idee van wat het verschil is tussen pakweg Wyoming en South Dakota?

(Juni 2019)

Europese transferunie

EUROPESE UNIE

Boeken over Europa behandelen vaak op tobberige toon de eurocrisis, de massa-immigratie en de Brexit. Met veel enerzijds en anderzijds. Om je geest te scherpen voor de Europese verkiezingen heb je dan meer aan uitersten: een heetgebakerde EU-evangelist als Guy Verhofstadt en een felle criticus als Jean Wanningen.

Verhofstadt (1953), ex-premier van België en nu liberalenleider in het Europees Parlement, kan zich fantastisch kwaad maken. Dat doet hij in ‘De ziekte van Europa (en de herontdekking van het ideaal)’. Hij beschrijft de afkalving van het Europese ideaal als gevolg van de eurocrisis en massa-immigratie en probeert dat ideaal te herontdekken. Toegevoegd zijn documenten uit de jaren vijftig die de oorspronkelijke ambities weergeven. Aansprekend en amusant is de felheid van de auteur, die het heeft over een 'Europees Korsakov-syndroom' en over de 'Hongaarse schande'. Met dat laatste doelt hij op het beleid van premier Viktor Orbán. Na jarenlange inmenging door de Sovjet-Unie wil Hongarije geen buitenlandse macht laten bepalen hoeveel immigranten het moet opnemen.

Transferunie

Jean Wanningen (1957) brengt zijn standpunten met minder emotie dan Verhofstadt Hij werkte in de financiële wereld en schreef onder meer voor het online platform voor onderzoeksjournalistiek Follow The Money. In 2014 publiceerde hij ‘Het Eurobedrog’, een pleidooi om Nederland uit de euro te laten stappen. In zijn nieuwe boek -‘Eurodynamica – van samenwerkingsverband naar transferunie’- schetst hij een onheilspellend beeld van de Europese Unie. De euro noemt hij een catastrofe. Sluipenderwijs verdwijnt geld van noordelijke landen naar zuidelijke landen met schulden, zoals Italië. Nederlandse middeninkomens zuchten onder steeds hogere lasten. Spaarders en pensioengerechtigden worden ernstig benadeeld door het lage-rente-beleid de Italiaan Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank.

Filmpjes

Tot zover Wanningens scherpe betoog dat oproept niet naïef te zijn. Geschikt voor mensen met enige kennis van economie die wat zwaardere kost aankunnen en open staan voor kritiek op de Europese Unie. Ze moeten ook wel een beetje houden van staatjes en grafiekjes en die kunnen begrijpen. ‘Eurodynamica’ kan je helpen je mening te vormen over Europa. Dat kunnen ook de filmpjes op youtube waarin Guy Verhofstadt uit zijn dak gaat over wat hij ziet als het wegglippen van zijn doel van een verenigd Europa.

(Mei 2019)

Detective

BOEKEN

Op de radio vertelt Hans Boland hoe hij ertoe gekomen is Slavische taal- en letterkunde te gaan studeren. Op vakantie aan het eind van de middelbare school las hij een vertaling van Misdaad en Straf van Dostojevski. Dat was zo anders dan wat hij kende, zo spannend, dat hij dat boek ook in het Russisch wilde lezen.

Exact zo is het mij vergaan, met datzelfde beroemde boek, en precies daarom ben ook ik Slavische letteren gaan studeren. Met het verschil dat Hans een indrukwekkende carrière als vertaler heeft opgebouwd. Hij vertaalde de poëzie van Poesjkin, enkele jaren geleden Anna Karenina van Tolstoj, en nu is van hem een nieuwe vertaling verschenen van Misdaad en Straf.

Detective

Misdaad en Straf is een ‘omgekeerde detective’. Aan het begin van de roman weet je al wie de moord gepleegd heeft. Namelijk de student Raskolnikov, die de redenering volgt dat hij als intelligente jongeman een nuttige bijdrage aan de maatschappij levert. Dat geeft hem, vindt hij, het recht om een nutteloze woekeraarster om het leven te brengen.

Hans Boland heeft de onhebbelijkheid om af te geven op andere vertalers. Hij is bijvoorbeeld heel negatief over Karel van het Reve, mijn hoogleraar Slavistiek in Leiden. Die hield vast aan het motto 'je moet vertalen wat er staat' en was wars van het soort vrije vertalingen dat Boland soms bezigt. Mijn jaargenote en bekroond vertaalster Yolanda Bloemen geeft Boland een draai om zijn oren in de NRC en houdt een pleidooi voor de vertaalbenadering van Van het Reve. Bloemen leverde zelf prachtige vertalingen af, zoals Oorlog en Vrede van Lev Tolstoj. Binnenkort verschijnt van haar een vertaling van de absurdistische schrijver en dichter Daniil Charms.

Repercussies

Gedichten van Charms staan ook in het zojuist verscheen “Repercussies uit het Russisch”, een bloemlezing van Russische poëzie , samengesteld en vertaald door Arie van der Ent. Deze bundel, die bijna twee eeuwen overspant, bevat werk van 30 klassieke Russische dichters.

De keuze is gebaseerd op de persoonlijke voorkeuren van de vertaler. Grote namen als Lermontov en Toergenjev ontbreken niet. Minder bekende als Fet en Chodasevitsj vormen een aangename ontdekking.

De vertaler toont zich zelf een vaardig dichter door rijm en metrum te hanteren en, in het daarbij horende spanningsveld, recht te doen aan de Russische originelen en aan het soms plechtige taalgebruik uit die tijd. Erg knap. Handig is dat dat hij er per dichter een korte levensbeschrijving en een portret bij levert. Opvallend is hoe jong velen van hen waren toen ze stierven.

(April 2019)

Dollars in Bolivia

STRAATVERKOOP

In Bolivia kwam ik geldwisselaars al eerder tegen. In Santa Cruz hingen ze rond bij een bank en ze fluisterden je een klein koersvoordeeltje toe. Deze vader en zoon in Cochabamba gaan een stap verder met ondubbelzinnige marketing. Onder een parasol hebben zij hun handeltje in dollars, pal tegenover een grote bank. Ze kijken wat besmuikt, maar als iemand geld bij ze wisselt, halen ze ongegeneerd een enorm pak bankbiljetten te voorschijn. Zoals de boeren vroeger op de veemarkt als ze na het ritueel van handjeklap een koe van een andere boer kochten.

In socialistisch Oost-Europa ging het anders. "Psst psst. Wollen Sie Geld Tauschen? Change? Cambiare?" Zo klonk het op straat. Clandestiene wisselaars gaven je in het toenmalige Tsjechoslowakije 10 of soms zelfs 12 kronen voor een gulden, terwijl je bij de bank voor 1 kroon een kwartje moest betalen. En als je in een restaurant aan een ober naar een Wechselstube vroeg, was hij er als de kippen bij om tegen een gunstige koers de fel begeerde Westerse deviezen te kopen.

In Moskou gebeurde het dat naieve toeristen die uit waren op een voordeeltje, de boot in gingen. Uitgekookte wisselaars op straat drukten hun Joegoslavische dinar-biljetten in de hand die door het cyrillisch schrift een beetje op roebels leken maar door inflatie bijna niets waard waren.  

(November 2018)

Ondernemers op de campus

INCUBATOR

Wie van jullie wil een eigen bedrijf beginnen? Ik vraag het aan een stuk of 15 studenten in een collegelokaal van een prive-universiteit in Cochabamba, Bolivia. “Ik wil fleswater produceren en een bijzonder merk bouwen. Ik wil importeren. Ik wil financieel advies gaan verstrekken. Ik wil Boliviaanse wijn exporteren. Vanuit onze buurlanden Chili en Argentinie lukt dat ook.” De plannen buitelen over elkaar en elk plan wordt met enthousiasme gebracht.

Tweede vraag: waar zouden jullie hulp bij willen als je een bedrijf begint? Een meisje zegt dat ze graag gemotiveerd wil worden om door te zetten als het bij het ondernemen even tegenzit. Het liefst door een door de wol geverfde ondernemer die zelf tegenslag heeft gekend. Een ander meisje zegt dat ze hulp wil bij het bepalen van de prijs van haar product. Een jongen komt met de wens om advies te krijgen over de aspecten van productie. Zo te horen allemaal klanten voor een incubator.

Broedmachine

Ja. Een incubator. Dat is een klein centrum dat beginnende ondernemers faciliteert in hun eerste stappen in het ondernemerschap. Letterlijk is het een machine die eieren uitbroedt. Een mooie metafoor. En ik ben bij deze universiteit om te helpen zo'n incubator op te zetten.

Niet alleen de studenten zijn ondernemend maar ook de docenten. Ze doceren vakken die met het managen van ondernemingen hebben te maken en daarnaast hebben ze dikwijls een eigen bedrijf. Zij willen graag deze incubator, zelf tenslotte ook een startend bedrijf, van de grond krijgen. Met name de rector heeft een lang gekoesterde wens om studenten na afronding van hun studie praktisch op weg te helpen in de maatschappij. Het is in Bolivia bijna onmogelijk om een reguliere baan in loondienst te vinden. Verder is het natuurlijk enorm zonde om talent uit Bolivia te laten emigreren.

Coproductie

Dan is er die Nederlandse ontwikkelingshulporganisatie die midden- en kleinbedrijven helpt en waarvoor ik hier als vrijwilliger heen ging (PUM). Die heeft een speciaal incubatorprogramma. De organisatie die een incubator wil starten, moet zorgen voor een budget voor 2 of 3 jaar, voor ruimte en voor mensen die de incubator kunnen runnen. PUM op haar beurt stuurt experts om de incubator te helpen opzetten en om start-ups te adviseren en te coachen. Het idee is dat er in die looptijd per jaar een stuk of 7 missies van experts zijn en dat de incubator jaarlijks 10 kansrijke bedrijven aflevert.

De prive-universiteit in Cochabamba heeft 2000 studenten en een prachtige campus waar het fantastisch studeren en werken is. Ze biedt een scala van studierichtingen, met name technische vakken en business administration.

(November 2018)

Het zakje

ARGWAAN

Je denkt: wat attent dat zakje daar. Maar je denkt ook meteen: waarom dringt dat zakje zich zo op? Alle vliegmaatschappijen bieden kotszakjes aan, maar nooit zo ostentatief. Bemoedigend is de aanblik niet als je voor de eerste keer naar La Paz vliegt. De hoofdstad van Bolivia ligt op een hoogte van ongeveer 4000 meter.

Wilde verhalen doen daarover de ronde. Het snelle opklimmen van het vliegtuig en het gebrek aan zuurstof kunnen je parten spelen. Duizeligheid, hoofdpijn, hoogteziekte. Bij de apotheek kun je zogenoemde Sorojchi-pillen tegen hoogteziekte halen. Ook kun je thee van cocabladeren drinken. Geen van beide gedaan. In La Paz voelde ik me een beetje zweven, maar door me niet druk te maken ging het goed.

Mij werd verteld dat mensen die op grote hoogte wonen in Bolivia vaak een enorme borstkas hebben. Zoveel mogelijk plaats voor longen in een op zich klein lijf. Om zoveel mogelijk van de beschikbare zuurstof binnen te halen. Het zou evolutionair zijn. Het is in elk geval wel waar dat je in Bolivia aardig wat mensen tegenkomt met de bouw van Jerom uit Suske en Wiske, alleen een stuk kleiner.

De bemanning van het vliegtuig waarschuwde niet tegen de hoogte van La Paz, behalve dan indirect met dat zakje. Toen ik vertelde dat ik uit Nederland kwam, zeiden ze wel meteen te weten dat dat land voor een deel onder de zeespiegel ligt en zulke mooie tulpen heeft.

(Oktober 2018)

Reisadvies Peru

IMAGO

Op www.nederlandwereldwijd.nl kun je een reisadvies vinden over een land waar je heen wilt gaan. Het doel van deze website is je te informeren over de veiligheid in een land. Daarnaast geeft hij algemene en praktische tips. De adviezen zijn gebaseerd op informatie van de Nederlandse ambassade ter plekke, inlichtingendiensten, vertegenwoordigingen van andere landen, lokale autoriteiten, bedrijven en andere organisaties.

Ik ben erg enthousiast over deze service. Zo oriënteerde ik me op een bezoek aan een bepaalde provincie in Peru en ik ging eens kijken op die website. Naast de algemene raad om goed op jezelf te passen stonden de gebruikelijke onheilstijdingen vermeld. Onveilige binnenlandse vluchten, busongelukken, geweld bij stakingen en demonstraties, roofovervallen. Maar iets anders sprong in het oog, namelijk dat in die provincie de noodtoestand zou gelden. Een toelichting ontbrak.

Ambassade

Als je meer wilt weten, dan kun je ook een speciaal telefoonnummer van het ministerie van Buitenlandse Zaken bellen. Dat heb ik gedaan. Uitstekende service ook daar. Ze hadden weinig extra informatie maar legden wel onmiddellijk contact met de ambassade in de Peruaanse hoofdstad Lima.

Die zond mij een uitgebreide mail over die provincie, een mail waar duidelijk aandacht was besteed. Hij stond vol met details waar je niet vrolijk van werd. Wijdverbreid alcoholisme, drugshandel, mensenhandel waarmee nota bene priesters zich zouden bezighouden. ‘Raak niet betrokken in ruzies. Geef geen persoonlijke meningen. Ga niet naar bars.’ En ik moest vooral ook oppassen dat ik niet werd aangezien voor een gringo. ‘De locale bevolking houdt niet van American gringos.’

Best wel trek in ceviche, maar toen heb ik toch maar besloten een weekje naar de Achterhoek te gaan.

(Augustus 2018)

Cavia

Of ik weleens cuy, cavia, had gegeten? Dat vroeg de man met wie ik in Cuenca, Ecuador, in gesprek raakte. Hij prees het vlees van de cavia, dat daar makkelijk verkrijgbaar is. Als je wilt dan barbecueën ze zo’n beestje voor je neus. Je kunt het ook diepvries kopen.

De cavia’s die wij kennen, zijn kleiner. Wij kennen ze voornamelijk als knaagdier in een kooitje, in een ambiance van zaagsel en uitwerpselen.

De man vertelde dat hij in Ecuador was geboren en naar Canada was geëmigreerd en nu op familiebezoek was.

"In Canada is cuy moeilijk te krijgen. Daarom ga ik soms naar een dierenwinkel, waar ik een levende cavia koop. Die maak ik dan thuis klaar. Heerlijk!”

Geuzennamen

De Nederlandse premier spreekt de Amerikaanse president bij een persconferentie tegen met een duidelijk “nee”. Nederland smult van deze directheid, maar The Guardian noemt het ‘awkward’.

In een internetforum met de vraag ‘Why are Dutch people so blunt?’ wordt de Nederlandse directheid in nog veel andere termen beschreven. “This Dutch trait has gone by many names; call it what you will – abrupt, bad-mannered, barbaric, blunt, brusque, cheeky, crude, curt, direct, discourteous, forthright, frank, graceless, gruff, honest, ignorant, impolite, inconsiderate, insulting, intrusive, matter-of-fact, open, outspoken, plain, point-blank, raw, refreshing, rude, sincere, straightforward, surprising, uncouth or unmannerly. Essentially, the bottom line remains: the Dutch speak their minds.”

Zoveel prachtige adjectieven, zoveel geuzennamen, zoveel aandacht. Als Nederlander zou je ervan naast je schoenen gaan lopen.

Ruud Hisgen, directeur van taleninstituut Direct Dutch, geeft een mooie uitleg van de Nederlandse botheid in de ogen van buitenlanders: “Nederland is een calvinistisch land. We spreken elkaar direct aan op ‘fout’ gedrag om de ander te behoeden voor de hel.” Hij zegt dit in een blad voor alumni van de Universiteit Leiden.

Poetin op een klassefeestje

Het is een wazige afbeelding, gefotografeerd door glas heen. Ze hing aan de wand in de wachtruimte van een televisiezender in Ulaanbaatar, hoofdstad van Mongolië. Deze foto is het gedeelte waarop zowel Stalin als Poetin te zien zijn in één groot verband met Einstein en koningin Elisabeth.

Kijk eens goed naar de houding van Poetin. Die is interessant. Gewoonlijk zie je Poetin als hij met strak gezicht een toespraak houdt of een wat wiebelend macho-loopje doet, klaar om op elk moment zijn pistool te trekken. Soms zit hij met ontbloot bovenlijf op een paard of is hij aan het vissen.

Maar hier is hij ontspannen met een tevreden lachje. Hij zit erbij alsof hij op een klassefeestje tegen de muur zit, en hij heeft de zelfingenomen houding van iemand die over zijn klasgenoten denkt: jullie krijg ik later nog wel.

Georgische kindertelevisie moet verzakelijken

RECLAME

Basti Bubu in Georgië verzorgt al 25 jaar lessen in zang en dans aan kinderen van 3 tot 11 jaar. Daarnaast runt het bedrijf een televisiezender met opvoedkundig verantwoorde kinderprogramma’s. De kinderen treden daarin op. Zo wordt de televisiezender grotendeels gefinancierd met de lesgelden die de ouders betalen. Een bijzondere formule en dito verdienmodel. Ik ging erheen om de directie van Basti Bubu / BBB TV adviseren.

Iedereen in Georgië kent Basti Bubu, het staat te boek als het ‘Disney’ van Georgië. Het is een familiebedrijf met de voor- en nadelen daarvan. “Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie wilden wij kinderen in het toen zeer instabiele Georgië een mooie kindertijd geven”, zegt een van de vier ‘founding mothers’ uit 1992. Zij zetten een studio op waar les in performing arts werd gegeven en ze maakten televisieprogramma’s die andere TV-kanalen uitzonden. In 2016 ging dat niet meer, waardoor ze hun eigen televisiestation moesten oprichtten. Het bedrijf moet zich opnieuw uitvinden.

Smaakvol

Basti Bubu TV zendt de hele dag uit. De programmering herinnert een beetje aan Kinderen voor Kinderen en andere kinderprogramma’s van de publieke omroep in Nederland. Ook is er gekocht materiaal. Basti en Bubu zijn de karakters die -als pop of animatie- in de programmering dikwijls terugkomen. Een overheid zou het smaakvolle en educatieve aanbod eigenlijk moeten willen financieren, maar die lijkt daar niet voor de voelen. “Ook willen we zelf niet afhankelijk worden van de politiek”, zo zegt de algemeen directeur.

Verzakelijking

De ouders van de 500 deelnemende kinderen zijn het ‘bread and butter’ van het bedrijf. Zij zullen gekoesterd blijven worden. Er is echter geconcentreerde aandacht nodig voor marketing en positionering. En ook structuur en zelfdiscipline. De cultuur moet zakelijker worden in deze soms te vriendelijke onderneming. Ook in het HRM-beleid is verzakelijking nodig.

Reclame

Overwogen moet worden om meer reclame aan te trekken, maar daarvoor moet eerst in kaart worden gebracht hoeveel kijkers en wat voor soort kijkers je aan adverteerders kunt ‘verkopen’. En besef dat moderne kijkers ook op andere schermen en andere platforms dan het televisiescherm naar programma’s kijken. De algemeen directeur: “Op youtube bijvoorbeeld halen we waanzinnig hoge ratings, en facebook is ook een goed werkend kanaal voor ons”.

Voorbereiding op leven

Tijdens een Basti Bubu-concert in een afgeladen schouwburg in Kudaisi vertelden ouders dat Basti Bubu hun kinderen veel meer bijbrengt dan dansen en zingen. “Ze leren zich vrij te bewegen, ze leren communiceren, ontdekken wat vriendschap is en ontwikkelen sociale vaardigheden. Het is een voorbereiding op het leven.”


Geen mooier Pools

VERTALEN

Geen mooier Pools dan dat van Nobelprijswinnares Wislawa Szymborska. Geen mooiere vertaling uit het Pools dan die van Martinus-Nijhoffprijswinnaar Karol Lesman. Dat bleek maar weer op 15 oktober in Zutphen bij de presentatie van een bundel vertaalde Poolse poezie.

Szymborska was er postuum bij door een geluidsopname van haar voordracht van een gedicht van haar hand. ‘Dat gedicht schreef zij om vertalers te pesten’, zei Karol. En toen las hij zijn Nederlandse vertaling voor waarin rijm en binnenrijm en metrum van het origineel ongeschonden doorkwamen.

Karol Lesman (1951) studeerde Slavische taal- en letterkunde in Amsterdam. Tijdens zijn studie werd hij zo gegrepen door de klassieke Poolse negentiende-eeuwse roman ‘De pop’ van Boleslaw Prus dat hij vertaler wilde worden. Sinds 1979 is hij literair vertaler uit het Pools en vertaalde hij zo'n zestig titels. ‘De pop’ verscheen in 2015.

Panama hat: frustratie van Ecuador

In het hoedenatelier annex hoedenmuseum in Cuenca in Ecuador spreken ze liever niet over de ´Panama hat´ als ze de typische witten strooien hoeden laten zien. Het is de frustratie van Ecuador dat het Midden-Amerikaanse land Panama met de eer is gaan strijken. Een stil gevecht om een al verloren reputatie.

Veel heeft de Amerikaanse president Theodore Roosevelt (1858 – 1919) daaraan bijgedragen. Hij droeg zo’n hoed toen hij gefotografeerd werd bij de aanleg van het Panama-kanaal.

“Het is een hoed die zich goed door blanke én zwarte dandy´s laat dragen bij een pak van wit linnen”, zegt de verkoopster. In Cuenca zelf is de dracht ook heel gebruikelijk onder inheemse vrouwen. Of ze nou een kind of een zak meel op hun rug dragen, de hoed blijft op. Ze gaan in het algemeen maar schoorvoetend akkoord met een foto van hun hoed en de fantastische kleuren van de rest van hun kleding.

De hoed wordt gemaakt van het stro van een speciale palm. Panama-hoeden produceren is een serieuze bedrijfstak in Ecuador waar ook jonge vrouwen en mannen brood in zien. In elke winkelstraat is er wel een atelier.

De passagiers van de Mayflower

Ze zouden daar in Leiden net zo goed een beetje boos kunnen zijn op de Pilgrim Fathers in plaats van hen te eren met gedenktekens en een museum. Deze godsdienstige vluchtelingen uit Engeland werden liefdevol opgenomen in Leiden, maar ze wilden de taal niet leren en namen na elf jaar, in 1620, de wijk naar Amerika. Met het schip de Mayflower.

Schrijver en dichter Leo van Zanen (www.leovanzanen.nl) vertelde op 2 april over dat schip en over zijn passagiers, die zich in Amerika vermenigvuldigden en presidenten voortbrachten. De lezing was ter ere van het tienjarig bestaan van Mayflower Bookshop in Leiden, toevluchtsoord voor wie Engelstalige literatuur zoekt (www.mayflowerbookshop.nl).

Op de Mayflower voer Miles Standish mee, militair adviseur van de Pilgrim Fathers. Longfellow schreef over hem een gedicht: “The courtship of Miles Standish”. De Leidse theatergroep Litteris Sacrum gaf een voortreffelijke toneeluitvoering van deze liefdesgeschiedenis ten beste. (2017)

Marketing van ambiance op Bali

Op een markt op Bali staat een bord met een aanbeveling aan toeristen: Eat, Drink, Relax & Be Happy. Een design-studio op Bali probeert voor dat relaxen de juiste ambiance te verzorgen met accessoires voor resorts, hotels, restaurants, villa’s en spa’s. Het zonnige Indonesische eiland, feitelijk Eén Groot Happy Hour voor toeristen, staat daar vol mee.

“Our hotel room accessories, lighting products, bathroom amenities and soft furnishing make your guests experience various ambiances by light reflection, beauty, perfume, shape, texture and color”, zegt de eigenaresse en hoofddesigner. In de showroom waar zij een hotelkamer heeft nagemaakt, demonstreert zij wat licht en geur kunnen doen. Veel objecten zijn geinspireerd op de natuur, zoals de lichtjeshouders in de vorm van een tulp of een anemoon. In de hoeken staan een lamp die op een paddenstoel lijkt en een lamp die een menselijke omarming verbeeldt. Er liggen ook kussens die zij heeft ontworpen.

Veelal gaat het dus om gewone gebruiksvoorwerpen, zoals een kaarsenhouder of een zeepdispenser of een vaasje of een lamp. De producten van deze design-studio hebben daarnaast een artistieke kant en helpen de ambiance te creeren waardoor gasten zich (nog beter dan) thuis voelen. Daarbij moet het bedrijf in ogenschouw nemen dat het meestal te maken heeft met internationaal resort-management, dat perfect Engels eist en dat wat verder kan afstaan van de gewenste smaak. Een steuntje in de rug is de reputatie die Bali heeft in kunstzinnige ambachtelijkheid.

Het bedrijf wil groeien en zocht management- en marketingadvies. Een mooie klus om de tanden in te zetten voor een expert die van mooie dingen houdt maar ook beseft dat de schoorsteen moet roken. Goed ook voor de werkgelegenheid op Bali. Er worden op korte termijn twee designers aangenomen.

Een redenering van likmevestje

Terwijl de schulden van Griekenland opnieuw voor hoofdpijn zorgden, verscheen “Het Verdrag van Maastricht 25 jaar later” van Jo Cortenraedt en Maarten van Laarhoven. Dit boek bevat interviews met 15 sleutelfiguren van de Eurotop die leidde tot het verdrag, dat op 7 februari 1992 werd getekend. Het was de aanzet voor de omvorming van de Europese Gemeenschap tot Europese Unie en voor de invoering van de euro.

Over Griekenland gaat het interview met Frits Bolkestein, voormalig minister van Defensie en Eurocommissaris. Hij had naar eigen zeggen zijn best gedaan om Italië buiten de muntunie te houden. Maar: “Bondskanselier Kohl wilde de Italianen erbij hebben. De Fransen wilden dat ook, want als Italië er niet bij was, dan zou Frankrijk het zwakste lid zijn. Dit alles is zeer te betreuren. In het bijzonder omdat later Griekenland ook lid is geworden. De Europese Raad vond dat men de Grieken niet mocht onthouden wat men de Italianen had gegeven. Dat is natuurlijk een redenering van likmevestje. Ze toont de lichtzinnige wijze aan waarop op het hoogste niveau werd geoordeeld over belangrijke Europese zaken.”

In het boek komen verder de toenmalige premier Ruud Lubbers en EU-voorzitter Jean-Claude Juncker aan bod. Zo ook journalist Kees Boonman en Camille Oostwegel van Château Neercanne. De laatste geeft een kijkje in menselijke factoren. Zo hoorde hij koningin Beatrix zeggen: ‘ik ben gastvrouw hier en ik bepaal hoe lang de lunch duurt’.

“Het Verdrag van Maastricht 25 jaar later” verschijnt in een tijd van grote EU-perikelen, zoals het genoemde Griekenland, de Brexit en massa-immigratie. Het is uitstekend geschreven. Het is opinievormend in het licht van de huidige heruitvinding van de EU. Het bevat wat sombere zwart-wit-foto’s, waardoor die Eurotop ook heel lang geleden lijkt. Behulpzaam is de begrippenlijst die EU-jargon (subsidiariteit, opting-out) uitlegt.   

Auteur Jo Cortenraedt (1954) is hoofdredacteur van Chapeau Magazine en producent van L1 TV. Hij werkte als ANP-redacteur en als correspondent voor het NOS Journaal en De Telegraaf. Mede-auteur Maarten van Laarhoven (1965) werkte bij de Limburgse dagbladen en is nu zelfstandig journalist.

(Uitgeverij Leon van Dorp, Heerlen, € 19,50)

Terry

Dit is Terry, een Australier van 74 die al negen jaar op Bali woont in een homestay. Het grootste deel van zijn tijd zit hij te roken en een computerspel te spelen. Om de paar minuten laat hij zijn kunstgebit een koprol maken in zijn mond. Als je hem tegenkomt, zegt hij: “hello mate”.

Tot zijn pensionering werkte hij in de security op het vliegveld van Perth. Na twee scheidingen stelt zijn pensioen hem nog wel in staat om op Bali goed te leven, een paar uurtjes vliegen van Australie. Naar eigen zeggen heeft hij een Balinese vriendin die hem elke week opzoekt.

Als hij in zijn eentje door Sanur loopt, onderscheidt zijn autonome uitstraling hem van de bleke Australische mannen op leeftijd die verdwaasd rondlopen of op niets zitten te wachten in een sports bar. Hij loopt met een stok, want zijn voeten hebben een opduvel gekregen bij een motorongeluk.

Er is even een rimpeling in de vijver. Hij is zijn documenten verloren. “Eigen stomme schuld”. Een paar dagen geen cent te makken. Voor de aangeboden biertjes en de sandwiches toont hij zich erg dankbaar. Intussen vertelt hij beeldend over multicultureel Perth.

Wat is nou zo fascinerend aan deze man? In ieder geval: zijn onthechtheid, zijn onaangepastheid, het overal lak aan hebben en zijn tevredenheid met weinig.

Mister Tea

In de zaal met 30 Indonesische ondernemers op Java viel hij op door zijn leergierigheid. Hij wilde alles weten over hoe je een product in de markt zet, hoe je het verpakt, hoe je het promoot en hoe je het eventueel exporteert. Binnen het gezelschap werd hij al gauw Mister Tea genoemd. Al zes jaar was hij producent en leverancier van thee.

Na afloop van mijn presentatie spraken we een tijdstip af voor individuele coaching. Het werd een intensieve middag met gesprekken over hoe Westeuropese consumenten hechten aan gezondheid, eerlijke productie en duurzaamheid. Ik mocht komen kijken bij zijn bedrijf. Een typisch voorbeeld van home industry, maar wel: indrukwekkende home industry. En schoon. De werkplaats annex fabriek stond letterlijk achter zijn huis.

Zijn vijf medewerkers waren druk met sorteren en verpakken en achter een computer zat iemand te werken aan de website van het bedrijf. Mister Tea toonde mij zijn certificaten aan de muur en vroeg wat ik vond van de verpakkingen met de verschillende theesoorten. Na afloop zwaaiden hij, Mister Tea, en zijn hele gezin mij uit. Twee dagen later mailde hij me al ontwerpen van verpakkingen in de lijn die ik had gesuggereerd, met een idee erbij voor de promotie.

Het enthousiasme van deze rasondernemer was ontroerend. Van zulke mensen moeten ze het hebben in dat deel van Indonesië. Hij is bestuurslid van een ondernemersvereniging die zich tot taak stelt om jonge mannen en vrouwen werkgelegenheid te bieden door hen te helpen bij het ondernemerschap. Hij was er lid van geworden omdat hij zijn zorgen en problemen wilde delen. Deze vereniging is op weg om zich tot een stabiele en toekomstgerichte organisatie te ontwikkelen, verankerd in een veel groter ledenbestand dan nu dat voor een realistische contributie uitstekende dienstverlening krijgt in de vorm van training, voorlichting en bedrijfstakpromotie. Mister Tea werkt daaraan mee en gaat daarvan ook profiteren.

De vinger van Gribojedov

Met Verstand Schept Lijden was hij een ‘man van één boek’. Hij kwam ongelukkig aan zijn einde als diplomaat in Perzie. Begraven is hij in de Georgische hoofdstad Tbilisi. In Tbilisi vertelde iemand in de opera dat er in dat graf alleen een vinger van de Russische schrijver Aleksandr Gribojedov (1795-1829) ligt. De Georgische ambassadeur in Nederland wilde zijn vrouw wel vragen uit te zoeken hoe het precies zat.

“De pink van Gribojedovs linker hand en in het bijzonder het litteken erop hielp zijn lichaam identificeren nadat het door het janhagel in Perzie extreem was verminkt. Gribojedovs onthoofde lichaam (of wat daar van over was) werd in Tbilisi begraven bij het klooster van Sint David”, was het antwoord.

Het verhaal gaat dat een Armeense eunuch en twee Armeense meisjes die uit een harem waren ontvlucht hun toevlucht hadden genomen tot de Russische ambassade waar Gribojedov werkte. Gribojedov wilde hen niet uitleveren. “Opgejut door de mullah’s bestormde het gepeupel het gebouw. Uiteindelijk werd zijn lichaam uit het raam gegooid. Een kebab-verkoper hakte het hoofd eraf en stelde het tentoon op zijn kraam terwijl de rest van het lichaam drie dagen lang werd toegetakeld”.

Armenia: a bitter-sweet adventure

I am standing in a mini-van, a lady pulls my bag out of my hands and puts it on her lap. My first reaction is resistance, but I see all the seated passengers holding bags to lighten the burden of the ones standing. If someone did this in Amsterdam, they would have been punched on the nose. This is how gentle Armenia is.

Posters in the streets of Yerevan show the numbers 1915–2015 and ‘I remember, I demand’. The year 1915 is anchored so deep in the hearts of the Armenians. They demand recognition and they have many reasons to do so. This is how bitter Armenia can be.

While at night people are holding conversations in the restaurants with live music around the Opera House, a demonstration takes place in front of government buildings on Bagryaman Street, practically around the corner. A huge crowd is protesting against the enormous increase of electricity rates. Sweet and bitter on one night, 500 meters apart.

The Lovers Park

On Bagryaman Street, there is the so-called Lovers Park. The park has WIFI! Lovers sitting on the same bench can exchange messages of affection on their smartphones. Unfortunately, some of them will be separated soon by destiny.

Three million Armenians live in Armenia, seven million in the diaspora. One million of those live in Los Angeles, nicknamed Los Armenios. Especially, the men work abroad. Armenians are famous for their ability to integrate. No one should be surprised at an Armenian fish shop owner in The Nederlands loudly advertizing “Hollandse nieuwe”, the most Dutch herring dish.

Aznavour’s brother

I get into a taxi and look into the face of the spitting image of Charles Aznavour. “Are you Aznavour’s brother”, I ask and the friendly driver smiles. In a souvenir shop I suggest to the owner selling Aznavour’s busts. He likes the idea and pulls a bottle of vodka from a cupboard. We propose toasts to peace and love and women, we sit and drink, exchange facts and opinions, and establish an eternal friendship. Eternal until he says it’s time to go home. All things must pass, how sweet they may be.

Urban nomad

I am not much of a warrior or a hermit on mountain trips, I am more of an urban nomad and a paladin. Caucaseastan.com invited me to Armenia to give advice on behalf of PUM Netherlands Senior Experts (www.pum.nl). In my free time, I walk the streets of Yerevan and that is an amazing cultural adventure for me.

I am also an epicurean, eating juicy apricots bought from an elderly lady on the market. There are no sweeter apricots in the world than the Armenian ones in June! I eat loads of them until my Armenian colleague says: “open them before you put them into your mouth, there may be worms inside.” I open the next apricot. And good heavens, it has worms. I must have eaten several apricots with worms and did not even notice that they tasted bitter.

Published on caucaseastan.com, 2015, June 24

Onderwijsemigratie uit Nepal

Jaarlijks verlaten naar schatting 30.000 jongeren Nepal om in het buitenland te studeren. Vooral universiteiten in Australië en India zijn populair, maar er gaan er ook naar Thailand of Groot-Brittannië. Die Nepalese jongeren gaan weg omdat zij het onderwijs in Nepal niet goed genoeg vinden en er nauwelijks kansen op werk zijn.

Cijfers zijn onbekend, maar velen keren nooit meer terug naar hun vaderland. Zo kun je gerust spreken van een braindrain. De Nepalese regering lijkt dat koud te laten, zoals ook de erbarmelijke staat van wegen en straten haar weinig lijkt te doen.

“Is het niet triest dat je broer in Nederland studeert en misschien nooit meer terugkomt”, is de vraag aan een wijsneus van een jaar of 14 die de namen van alle premiers van Europa kent, ook Mark Rutte. Zijn antwoord: “Dat is niet triest, want als hij daar veel kan leren en er beter van kan worden, dan is dat prima.”

Het kan zijn dat de Nepalese regering erop rekent dat de jongelui wel geld naar huis zullen sturen. Ongeveer zoals in Armenië. Van de ca 10 miljoen Armeniërs op de wereld wonen er 7 miljoen niet in Armenië. Zij sturen in totaal een bedrag naar hun achtergebleven familie dat aardig in de buurt komt van de totale Armeense rijksbegroting.

De ‘onderwijsemigratie’ uit Nepal is een serieuze business. Enkele honderden bureaus leven van Nepalese studenten die in het buitenland gaan studeren. Zij geven hun advies en regelen formaliteiten, zoals financiële bewijsstukken en een visumaanvraag. De studenten betalen hen ervoor, maar ook ontvangen deze bureaus commissie van de buitenlandse universiteiten die slimme Nepalese studenten graag zien komen.


Computerles in Ecuador

Een goed voorbeeld van een ontwikkelingsproject: de Ecuadoriaanse overheid helpt vrouwen in dorpen restaurants en hotelletjes te runnen en regionale producten te maken. De natuur is er machtig mooi, de bergen zijn er hoog, en het gebied heeft het in zich natuurliefhebbers en avontuurlijke reizigers aan te trekken. Er is alleen geen toeristische infrastructuur, zoals dat heet.

De weg erheen leidt door hoge bergen waar nu eens de zon fel schijnt en dan weer een dikke nevel hangt. Een vrachtwagen waarop Saddam Hussein stond geschreven kwam ons tegemoet en ergens in een stadje was er een kermisattractie zichtbaar die Kamikaze heette.

In de berm van de weg staat om de 100 meter wel een paard of een koe of een schaap of zelfs een varken aan een touw. Er lag een dier langs de weg. Het bleek een paard te zijn dat was gedood door een vrachtwagen. Dat is op een vreemde manier deerniswekkender dan de dode schapen langs de wegen in Schotland.

De vrouwen krijgen lessen in gastvrijheid en terwijl ze zelf melk zo van de koe drinken leren ze melk pasteuriseren op grote gasstellen. De lerares in wit schort zei: “Als jullie die melk rauw drinken gebeurt er niets, maar zo´n Europeaan (zij wees op mij) moet dat niet proberen. Die wordt daar hartstikke ziek van”. Daarna volgde de bereiding van kaas en van mozzarella, en van marmelade.

De vrouwen krijgen ook les in eenvoudig computergebruik voor het voeren van de administratie van een horeca-gelegenheid. Daar zaten in een schoollokaal vol computers 25 vrouwen bij elkaar waarvan enkele in de plaatselijke klederdracht met hoed. Er waren er ook twee van een jaar of zestig bij waarvan de gezichtsuitdrukking niet veel besef toonde van het doel van deze zitting.

Computerles dus, maar de elektriciteit was uitgevallen. Paniek. Maar wat deed de instructeur? Hij tekende het bureaublad van een pc op het schoolbord en maakte groepjes die functies of programma´s voorstelden. START, OFFICE, WORD, EXCELL, KLEINER MAKEN, GROTER MAKEN. En zo moesten zij laten zien wie wie nodig had om iets te bereiken op de computer.

Creatief, én ironisch dat dit zich afspeelde op een paar kilometer afstand van zo´n beetje de grootste hydro-elektriciteitscentrale van Ecuador.


Avondje zappen in Mongolie

Entertainment op een Russische zender. Zes mannen zitten op barkrukken en de vraag is wie van hen gay is, oftewel een 'gomoseksualist'. Voor de identificering is een vrouw met een zesde zintuig ingehuurd, die met ogen dicht en zwierige gebaren de vibraties voelt en de homo eruit pikt. Smakeloos, al had het interviewtje met hem nog wel iets menselijks. Hij mocht vertellen hoe hij zijn geaardheid altijd heeft moeten verbergen.

Dit leverde een avondje zappen in het Aziatische Mongolie op, naast ook een interview op een ander Russisch kanaal met een gelauwerde actrice, in likkende stijl afgenomen. En een discussie van wat oudere heren over de Krim. Strekking: de Krim hoorde altijd al bij Rusland en goed dat Poetin het schiereiland eindelijk in de Russische haven heeft teruggeloodst.

In Ulaanbaatar een avond zwerven langs Mongoolse tv-zenders en die van andere Aziatische landen is zo anders dan een avond zappen in pakweg Bolivia. Heel Latijns-Amerika wordt met Spaans/Portugees bestreken. Op de Aziatische zenders klinken behalve Mongools en Russisch ook Chinees, Koreaans, Kazachs en andere niet-verstaanbare talen.

Fashion TV met die domme, gehaaste loopjes komt er dan soms als een rustpunt tussendoor. Met na afloop van de show altijd een verlegen, in vodden gehulde sloeber die de catwalk opstrompelt en die de ontwerper blijkt te zijn.

Wat veel Aziatische zenders overigens gemeen hebben met de Latijnsamerikaanse is dat ze het eigen land zo bewonderen. Landenpromotie gecombineerd met de bevestigng aan wie er wonen, dat die het enorm getroffen hebben. Zo zie je op het televisiescherm stromende rivieren voorbijkomen, hoge bergen, fantastische oogsten, kuddes paarden, kuddes geiten, kamelen, voortsnellende ruiters, dansende mensen, optredens van musici met typische instrumenten en veel, veel blije gezichten.

Avondje zappen in Latijns-Amerika

TELEVISIE

Wat je je niet zo gauw realiseert is dat de nationale televisiezenders in Latijns-Amerika zich niet alleen op het eigen publiek richten maar ook een promotionele functie vervullen in de richting van de buurlanden. Portugeestalig Brazilië even terzijde gelaten, is er van het zuidelijkste puntje van Argentinië tot aan de onderbuik van de VS een enorm publiek dat Spaans als moedertaal of als lingua franca heeft.

En dan ook niet te vergeten dat Spaans in de Verenigde Staten de tweede taal is. Schatting: wereldwijd is er een potentieel publiek van een half miljard Spaanssprekenden. Ter vergelijking: het Russisch (als moedertaal en als lingua franca) gaat richting een kwart miljard.

Elk land pakt zijn promotie op een andere manier aan. Argentinië laat zijn rijkdom zien en heeft als leus Palpitando (kloppend) Argentina, terwijl op het scherm ook zender Argentinisima staat. (Dat doet denken aan tv-lok Nigella Lawson, van wie een boek Nigelissima heet.) Bolivia pakt het iets socialistisch-realistischer aan. De televisie toont beelden van combines en van koeien en van vruchten en dansende mensen. Het lijkt er één groot feest, het zet Bolivia neer als een land waar het goed wonen is. Peru is daarin iets terughoudender. Colombia, met zijn imago van gewelddadigheid en drugs, is bezig met een campagne om zich als veilig en mooi op de kaart te zetten.

Venezuela pakt het wat politieker aan. De televisie toont president Maduro en heel vaak worden beelden van zijn overleden voorganger, Eerste Commandant Hugo Chavez, van stal gehaald. Daarin spreekt hij massa´s toe, hij huldigt helden, hij wordt toegejuicht, het woord patria valt om de haverklap. Ook zingt hij of leest gedichten voor onder begeleiding van een gitarist. Dat mag demagogie zijn. Ook zijn er fundamentelere programma’s. Er is een serieus discussieprogramma dat ergens over gaat, al laat dat uiteindelijk ook wel zien hoe goed de Venezolaanse regering bezig is. Ook is er een man die eruit ziet als een professor en iets vertrouwenwekkends heeft. Net als Moshe Dayan heeft hij een lapje voor één oog. Met een aanwijsstok wijst hij op een landkaart op de gevaren in de wereld. (2013)

Algerije

KAMERS VAN KOOPHANDEL

Met zijn imposante hoofdtooi bracht hij een wereld binnen van zandstormen, tenten en kamelen. Uit Zuid-Algerije was hij 1800 kilometer komen vliegen om deel te nemen aan een conferentie van Algerijnse Kamers van Koophandel in de hoofdstad, Algiers. Daar stond hij naast 79 andere voorzitters en directeuren in zwarte en grijze pakken.

Europese experts praatten hen bij over de dienstverlening van een Kamer van Koophandel: voorlichting, advies, promotie, exportbevordering, lobby. Voertaal was het Frans dat het kolonialisme had achtergelaten.

Het werd een ontmoeting tussen Zuid en Noord vol leermomenten én wederzijds begrip. De Algerijnse Kamers van Koophandel worden gefinancierd door de overheid. Dat is een groot verschil met bijv. Latijns-Amerika, waar elke groep ondernemers zelf een Cámara de Comercio y de Industria kan beginnen. Daar is het noodzakelijk om het wiel van betere dienstverlening draaiend te krijgen door meer bijdragen van aangesloten bedrijven als gevolg van een betere dienstverlening dankzij meer bijdragen

Op de conferentie kwamen heel mooie voorbeelden voorbij van hoe Algerijnse Kamers van Koophandel doen waar ze voor zijn, namelijk het bedrijfsleven stimuleren en faciliteren. Ook in de woestijnregio waar deze Kamervoorzitter vandaan kwam.

(2013)

Bleekmiddel

FOTOSHOOT

Ze hebben een meisje van Chinese afkomst voor de fotoshoot gekozen omdat zij van nature al bleker is dan de Thaise modellen. En haar moeder is meegekomen omdat dit de eerste keer is dat zij in de boze wereld van fotografen en regisseurs verkeert.

Het meisje moet reclame maken voor een whitening cream, een ‘bleekmiddel’ dat Aziatische vrouwen op hun gezicht smeren om er zo blank mogelijk uit te zien. Overgewaaid uit Japan, waar meisjes ook hun donkere haar blonderen en plateauzolen dragen om er rijziger uit te zien en zo meer een Westers schoonheidsideaal te benaderen.

Voor het reclamebureau in Bangkok is de importeur van deze whitener een grote klant. Het is maar een van de vele aanbieders van dit middel, want bij elke drogist en in elke supermarkt kun je deze crème vinden. Over enkele weken kijkt het tedere gezicht van het meisje in heel Thailand je van billboards aan om het bleekmiddel bij Thaise vrouwen aan te prijzen.

In Europa was het gebruikelijk dat aristocratische en rijke dames zich tegen het zonlicht beschermden om niet te worden aangezien voor een arbeidster die de hele dag op het veld in de zon stond te ploegen. Tegenwoordig is het in Europa chic om zongebrand door het leven te gaan, terwijl ook nog eens door immigratie en vermenging de gemiddelde kleur van de populatie langzaam van wit in getint verandert.

Kapper

TEKENING

Naar de kapper gaan is een hachelijke zaak in een land waarvan je de taal niet spreekt en waar de kapper ook niet verder komt dat Hello Goodbye. Gebaren en ander toneelspel kunnen natuurlijk uitkomst brengen. Zoals bij die andere kennelijke buitenlander met creatieve geest die bij de drogist in Turkije de ene hand op zijn maag hield en de andere op zich achterwerk en onder het roepen van tuvalet! tuvalet! naar een denkbeeldige wc hopste. De diarreeremmer kwam vervolgens op de toonbank.

En als je geen schapevlees op je bord wilt maar rundvlees, helpt het in Turkije ook om, net als John Cleese in de Fawlty Towers-aflevering The Germans, je wijsvingers als horens boven je hoofd te houden en “boehoe, boehoe” uit te stoten.

Maar bij de kapper neem ik het zekere voor het onzekere. Het met duim en wijsvinger aanduiden dat er maar een beetje afmoet van je haar leidt gemakkelijk tot het misverstand dat het gemillimeterd mag worden. Dus daarom maar een poppetje getekend met haar en een schaartje dat alleen het puntje afknipt.

Toch kun je nog voor verrassingen komen te staan, want de kapper die ik in Ankara bezocht zag een paar haartjes in mijn oren, smeerde er ongevraagd hete was op, liet deze hard worden en scheurde daarna bijna mijn oor eraf. Een van pijn vertrokken gezicht in de spiegel keek mij aan. (2012)

Medvedev op je bureau

RESULTAAT

Dit is de werkplek van een Russische ondernemer, de directeur van een reclamebureau in Astrachan. Er staat een portret van president Dmitri Medvedev. Zonder duidelijke reden staat er een haas met een rode broek naast hem. Op de vraag waarom de president daar staat antwoordt de ondernemer: ‘’Je hoort respect te tonen voor de leiding van je land”. Dat lijkt op de bijbelse opvatting dat je de overheid moet gehoorzamen die over je is gesteld.

De volgende vraag is of Medvedev wel op je bureau moet staan als algemeen wordt vermoed dat premier Vladimir Poetin, voormalig president, feitelijk aan de touwtjes trekt. Antwoord: “Het is een duo en hoe ze de taken verdelen is niet belangrijk. Het resultaat telt.”

Als het duo zijn zin krijgt dan wordt de eerste in 2012 opnieuw president en neemt Medvedev het premierschap van hem over. Door later nog een keer stuivertje te wisselen zouden zij, als duo, volgens het electorale systeem in Rusland tot 2036 het land kunnen blijven leiden. Poetin is dan 84, Medvedev 71. Dat zou weer aardig lijken op de gerontocratie waar de Sovjet-Unie patent op had. Denk aan Brezjnjev, die als zeventiger in functie overleed.

Sinds de ontbinding van de Sovjet-Unie in 1991 zoekt Rusland met vallen en opstaan naar een passende vorm van democratie. Democratie is voor veel Russen een scheldwoord, een ander woord voor armoede. Want wie politiek niet dwars lag onder het Sovjetsocialisme had vaak best een goed leven, met werk in een staatsfabriek of op een collectieve boerderij en met recht op allerlei voorzieningen.

Maar wie moeite heeft zijn eigen broek op te houden in een kapitalistische samenleving kan makkelijk in de verleiding komen om de democratie daarvan de schuld te geven.

Tsjechische gemeentevoorlichting

DIENSTVERLENING

De ambachtslieden lopen nog steeds door Neveklov op weg naar hun lunch van veproknedlozelo, een bord met varkensvlees, plakken deeg met het volume van 6 witte boterhammen en doorgekookte kool. Aan de ballonnen onder hun overall is te zien dat ze er ook nog steeds een paar pullen bier bij drinken.

Neveklov ligt in het voormalig arbeidersparadijs Tsjechië. De dictatuur van het proletariaat is er na de fluwelen revolutie in 1989 vervangen door de dictatuur van de ambachtslieden. Dakbedekkers, loodgieters, schoorsteenvegers, boomomhakkers, elektriciens zijn moeilijk te pakken te krijgen. Ze laten zich bidden en smeken om langs te komen en als de opdracht niet vet genoeg is reageren ze met arrogantie of extra hoge prijzen.

Net als vroeger schelden de burgers op de nitwits die volgens hen de overheidskantoren bevolken. Een mening die even hardnekkig is als de mening dat je bij verkiezingen het beste kunt stemmen op politici die zelf vermogend zijn (Vaclav Havel, prins Karel Schwarzenberg) omdat de kans net iets kleiner is dat zij het land bestelen.

Wat er ook van waar is, in de 30 jaar dat ik in Neveklov af en toe boodschappen doe is het een pittoreske plaats geworden, die onlangs ook nog eens de status van stad heeft gekregen. Hoewel er maar 2400 mensen wonen.

Neveklov lééft. Er worden nieuwe woningen gebouwd. Er zijn verscheidene restaurants. Er zitten mensen op terrassen. Er zijn nieuwe winkels gekomen, zoals de nette zaak van de Vietnamees die groente en fruit verkoopt. Het plein met park en monument voor oorlogsslachtoffers is opgeknapt. De gebouwen eromheen zijn gerestaureerd, schoongemaakt en geverfd, zo ook het gebouw dat behalve een bioscoopje, een restaurant en de Tsjechische spaarbank ook het stadhuisje huisvest.

Overheidscommunicatie was op nationaal niveau tijdens het socialisme propaganda, voorlichting als service voor de burger was op lokaal niveau vrijwel non-existent. Dat is nu veranderd. Terwijl elke wijk in de hoofdstad Praag inmiddels een professionele wijkkrant heeft en een balie waar je echt iets te weten komt, heeft Neveklov nu ook een gemeentelijk informatiecentrum dat op werkdagen en op zaterdagochtend open is. Het ligt er vol met folders en ander voorlichtingsmateriaal en de mevrouw –publieksvoorlichter- geeft je antwoord op al je vragen over de gemeente Neveklov en haar omgeving. Ze weet ook nog wel een goede dakbedekker.

Schoenmaker uit Abchazië

Hij was geboren in Abchazië vlak na de Tweede Wereldoorlog. Hij leefde in de Sovjet-Unie en maakte Stalin mee. Nu heeft hij een schoenmakerswinkeltje in de Georgische hoofdstad Tbilisi. Nederland kent hij. Hij is er zelfs geweest. Ajax is zijn voetbalclub. Hij is 71 en erg zachtaardig.

(2017)

Translation services in Kazakhstan

VERTALINGEN

Advance Services in Aktobe in Kazakhstan is always looking for the best quality of its translations and strives to meet the high standards which are common in the USA and Europe. Therefore, it invited an expert of PUM Netherlands Senior Experts to give advice and assess the quality of the project management and the quality assurance, being the core of the operations of all good translation agencies. This article was published on www.moiperevodchik.kz, the website of Advance Services.

“Running a translation agency is a complicated matter”, says Louis Smit of PUM, a sworn translator of Czech, Slovenian and Russian and a former translator and foreign desk editor at the Netherlands Press Agency. “It is not just about ‘offering translations’. Very often the environment is stressful. Quick delivery is usually required and translating capacity must be available at once. The company has to manage client needs, find, train and manage translators, manage quality control, keep tight deadlines, market the services and, last but not least, track payments.”

Translations are considered to be unpleasant costs. This is the same in Kazakhstan and Europe. Companies and individuals mostly look for a translating agency if they need one and do not look for it because they like it. “On the other hand, companies and individuals should realize that translations build bridges and allow a next step in business or in personal life”.

Full service

Louis Smit came to the conclusion that Advance Services is up to the European criteria for quality translation work. Additionally, he made suggestions for improving the work flow and the quality of the translation work. The added value of a company such as Advance Services is being a full service specialist in translating. It knows which translator has the right qualifications to be up to the difficulties of a technical, legal, medical or marketing text. A perfect different language version is crucial to the business of corporate clients who need it for legal or marketing purposes.

Also, individuals should be able to rely on the accuracy of the translations of their travel document or diploma. Customers can also turn to Advance Services for advice on administrative requirements and procedures to follow related to translations. Apart from providing a quality translation, the agency makes sure that the process is smooth from intake to delivery-in-time and that the translation is checked profoundly.

Free lance translators

The Dutch expert worked with the enthusiastic and motivated team of employees of Advance for two weeks. “The way Vera Marinova, the owner/director, runs the company shows great seriousness, a good knowledge of the work processes and sophistication. Paying attention to quality and working on improving it by training and ‘educating’ the free lance translators, she keeps an eye on the future.”

PUM Netherlands Senior Experts consists of volunteers with large business experience who support PUM’s vision that ensuring a sustainable development of the private sector is the best way to create employment and to fight poverty. The organization is financed by the Dutch government and runs about 2000 projects a year advising small and medium-sized firms in Latin America, Eastern Europe, Asia and Africa.

(2010)

November

FEEST

In Latijns-Amerika is Allerzielen, 2 november, een nationale vrije dag. Het heet daar Dia de los muertos, Dag van de doden. Allerzielen wordt uitbundig gevierd, hoe gek dat ook mag klinken. Met massaal bezoek aan de begraafplaats en groot onderhoud aan de graven en de urnengalerij.

In Cochabamba, Bolivia, is er een orkest met plechtige muziek. Er zijn kraampjes met bloemen en eten. Er is een speeltuintje om de kinderen rustig te houden. Er zijn mensen die betaald worden om met een klokje te klingelen en gebeden uit te spreken voor de doden.

Sound of silence

Maar ook lotenverkopers en schoenpoetsers ontbreken niet. En op geen enkele manier komt bij je op dat dit oneerbiedig zou kunnen zijn. Dat is het niet, dit massale eerbetoon aan de doden. Zelfs ontroerend zijn de paar jongeren met blaasinstrumenten die aarzelend maar vooral ook stemmig The sound of silence ten gehore brengen.

Het feest, want dat is het, begint op 1 november met de Fiesta de Todos los Santos, Allerheiligen. Op die dag, zo zegt het geloof, komen de doden hun familie bezoeken en die familie wacht op ze met eten. Dat is minstens even mooi.

(2018)

Charles in Armenië

Dit is geen broer van Charles Aznavour maar een taxichauffeur die sprekend op hem lijkt. Zulke Aznavours lopen er meer rond in Armenië. De Armeniërs zijn trots op de Franse zanger met Armeense voorouders. Zij rouwden massaal na zijn dood op 1 oktober 2018.