Bloemsday

POEZIE

De dichter J.C. Bloem (1887-1966) debuteerde een eeuw geleden met de bundel ‘Het verlangen’. Hij is de dichter van de jagende donkere Hollandse luchten en het besef dat de dood moet worden aanvaard. ‘Denkend aan de dood kan ik niet slapen, en niet slapend denk ik aan de dood.’ ‘Altijd november, altijd regen.’ ‘Men begint met het leven te aanvaarden en eindlijk aanvaardt men de dood.’ Dat zijn een paar beroemde versregels die zich in het collectieve geheugen hebben genesteld.

Jacques Bloem geldt dan wel als een van de meest herfstige en zwaarmoedige Nederlandse dichters, maar hij zei ook: Alles is veel voor wie niet veel verwacht. Vandaar dat er af en toe toch ook een sprankje geluk in zijn werk is te vinden: verregend, op een miezerige morgen, domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

Leiden en filmpjes

Bloem heeft een link met Leiden. Hij woonde in Oudshoorn (nu Alphen aan den Rijn), maar zat van 1900 tot 1905 op kamers in Leiden en bezocht er de HBS. Op de voorgevel van het huis aan de Langebrug prijkt een plaquette en aan de achterkant is zijn gedicht ‘Verlaine’ op een muur geschilderd. Het is wegens deze Leidse connectie dat de Leidse dichter Leo van Zanen het initiatief nam om stil te staan bij het eeuwfeest van Bloems eerste bundel met filmpjes. Het ene is een voordracht door Bloem zelf, het andere gaat over zijn connectie met Leiden.

Eggink

Bloem was getrouwd met de veel jongere schrijfster Clara Eggink. Hij had een zoon met haar. Hij koesterde aanvankelijk sympathie voor het Derde Rijk, ook was hij lid van de NSB. Daarin raakte hij echter spoedig teleurgesteld omdat NSB-leider Mussert niet eens wist wie de leider was van de rechts-nationalistische Action française.

Geestige innemer

Bloem had het stereotiepe uiterlijk van de ambtenaar van zijn tijd, als ambtenaar verdiende hij ook zijn brood. Gehaast heeft hij zich nooit in zijn diverse betrekkingen. Het verhaal gaat dat toen een chef hem eens verweet dat hij te laat op kantoor was gekomen, hij antwoordde: ‘Ja, maar ik ga ook vroeger weg, dat is het goede, wat er tegenover staat.’ Hij was in de dagelijkse omgang een geestig causeur die opgewekt legendarisch veel drank kon innemen.

Beknopt maar bekroond oeuvre

Zijn roem berust op een relatief klein oeuvre: 161 gedichten, geschreven in een periode van 47 jaar. In ‘Dichterschap’ vraagt hij zich zelf af: Is dit genoeg: een stuk of wat gedichten, voor de rechtvaardiging van een bestaan, in 't slecht vervullen van onnoozle plichten om den te karigen brode allengs verdaan ?

Of het genoeg is? Zijn werk leverde hem in elk geval prachtige prijzen op. In 1949 was dat de Constantijn Huygens-prijs, in 1952 de P.C. Hooft-prijs en in 1965 de Prijs der Nederlandse Letteren.

Bloemsday

Dat is natuurlijk maar een grapje, Bloemsday. Bloomsday is een voornamelijk in Ierland gevierde feestdag op 16 juni ter herinnering aan de Ierse schrijver James Joyce. Ook wordt dan stilgestaan bij de gebeurtenissen uit zijn boek ‘Ulysses’, die alle plaatsvinden op één dag: 16 juni 1904. Dat is de dag waarin hoofdpersoon Leopold Bloom rondwandelt in Dublin.

Er zijn drie data die je tot Bloemsday zou kunnen bombarderen. Allereerst 12 mei, de dag waarop J.C. Bloem in 1921 debuteerde met ‘Het verlangen’. Verder: 10 mei, de dag waarop Bloem werd geboren, en 10 augustus, de dag waarop hij overleed.